De belangrijkste Italiaanse druivenrassen
Wie Italiaanse wijn wil begrijpen, begint het best bij de druivenrassen. Italië heeft een ongewoon grote rijkdom aan lokale variëteiten. Juist daardoor is het onmogelijk om het land goed samen te vatten met slechts twee of drie druiven. Toch zijn er enkele rassen die u vaak tegenkomt en die een goede eerste kennismaking bieden.
Sangiovese
Sangiovese is zonder twijfel een van de belangrijkste blauwe druiven van Italië en hét symbool van Toscane. De druif levert wijnen met frisse zuren, rode kersen, kruiden, soms aardse tonen en een stevige maar elegante structuur. Afhankelijk van het gebied en de wijnmaker kan Sangiovese licht en levendig zijn, maar ook diep, complex en geschikt om te rijpen. U vindt deze druif onder meer in Chianti Classico, Brunello di Montalcino en Vino Nobile di Montepulciano.
Nebbiolo
Nebbiolo is een van de edelste druiven van Italië en vooral verbonden met Piemonte. Deze druif staat bekend om zijn hoge zuren, stevige tannines, aroma’s van roos, kersen, teer en specerijen, en zijn grote bewaarpotentieel. Barolo en Barbaresco zijn de beroemdste voorbeelden. Nebbiolo is geen makkelijke allemansvriend, maar wel een druif met enorme diepgang en finesse.
Barbera
Ook Barbera komt vooral uit Piemonte. In vergelijking met Nebbiolo is Barbera meestal toegankelijker: sappiger, fruitiger en zachter in tannine, maar vaak wel met opvallend frisse zuren. Daardoor is het een uitstekende eetwijn. Barbera is ideaal voor liefhebbers van rode wijn die veel fruit en energie zoeken zonder extreem zware tannines.
Pinot Grigio
Pinot Grigio is internationaal misschien wel de bekendste Italiaanse witte wijnstijl. De druif is oorspronkelijk niet Italiaans, maar heeft in Italië een sterke commerciële en stilistische identiteit gekregen. In eenvoudige vorm is Pinot Grigio licht, fris en gemakkelijk drinkbaar. In betere herkomsten, bijvoorbeeld in het noordoosten, kan de wijn ook meer structuur, spanning en finesse tonen.
Glera
Glera is de druif achter Prosecco. Voor liefhebbers van mousserende wijn is dit een belangrijke naam. Wijnen van Glera zijn meestal licht, fruitig, vriendelijk en toegankelijk, met tonen van peer, appel, citrus en witte bloesem. Daardoor zijn ze populair als aperitief en bij lichte hapjes.
Nero d’Avola
Nero d’Avola is een van de bekendste druiven van Sicilië. Deze druif levert vaak rijpe, donkere, zondoorstoofde rode wijnen met smaken van pruim, zwarte kers en kruiden. Afhankelijk van de stijl kan Nero d’Avola soepel en fruitig zijn of juist geconcentreerd en krachtig.
Verdicchio, Vermentino en Fiano
Wie vooral witte Italiaanse wijn zoekt, doet er goed aan ook deze druiven te leren kennen. Verdicchio geeft vaak frisse, levendige wijnen met citrus, amandel en een ziltige of minerale toets. Vermentino is aromatisch, zonnig en vaak kruidig. Fiano combineert rijp fruit met diepte en kan verrassend serieus en gastronomisch zijn. Samen laten deze druiven zien dat Italië veel meer is dan alleen rode wijn.